Veelgestelde vragen

 

Groene kaart

De groene kaart is een internationaal verzekeringsbewijs (IVB). En deze kan uitsluitend worden afgegeven als het motorrijtuig voor het WAM-risico is verzekerd.

Een tijdelijke groene kaart kan voor een periode van 21 dagen worden afgegeven.

Op de groene kaart dienen alle gegevens van de verzekeringnemer en het verzekerde voertuigen correct en volledig vermeld staan.

Dit internationaal verzekeringsbewijs geeft ook aan voor welke landen er verzekeringsdekking geldt en welke landen zijn uitgesloten. In zijn algemeenheid kan worden aangehouden de Europese landen en de landen rond de Middenlandse Zee. Check echter altijd de groene kaart voor de juiste landen.

Mocht er een groene kaart nodig zijn voor een aanhangwagen of een caravan dan dient deze altijd afgegeven te worden op de polis van de verzekeraar waarop de WAM-dekking van het trekkende voertuig verzekerd is.

Verzekeringen voor inzittenden

Ongevallen Inzittenden verzekering

Veel auto ongelukken blijven niet beperkt tot materiële schade. Ook de bestuurder en passagiers kunnen letsel oplopen. Met grote financiële gevolgen, want de kosten van extra hulp, speciale voorzieningen in huis of omscholing kunnen behoorlijk oplopen. Deze verzekering keert een percentage van het verzekerde bedrag uit bij blijvende invaliditeit. Bij overlijden wordt het verzekerde bedrag uitgekeerd (de uitkering is dus niet gerelateerd aan de werkelijke schade). Deze verzekering keert ook uit als de schade door eigen schuld is ontstaan, of als de aansprakelijkheid van de bestuurder of tegenpartij niet kan worden vastgesteld waardoor de schade niet verhaalbaar is. De dekking is van kracht in de landen zoals genoemd op de Groene kaart.

De jaarpremie bedraagt € 50,00. Deze verzekering is vrijgesteld van assurantiebelasting.

Schadeverzekering voor inzittenden

Deze verzekering vergoedt de aantoonbare schade van de bestuurder en de inzittenden als gevolg van een auto-ongeval, tot een maximum van het verzekerde bedrag voor alle inzittenden tezamen. Die schade kan bestaan uit zaakschade (kleding, brillen etc.), inkomstenderving, huishoudelijke hulp, vervoerskosten, medische kosten, smartengeld en uitvaartkosten. De schade aan het voertuig zelf is niet verzekerd. Daarvoor moet een cascoverzekering worden afgesloten. Het verschil met een ongevallen inzittenden verzekering is dat een schadeverzekering voor inzittenden de werkelijk geleden schade vergoedt. Dus niet alleen een bepaald bedrag bij overlijden of blijvende invaliditeit zoals bij de ongevallen inzittenden verzekering. Evenals bij de ongevallen inzittenden verzekering is het voor een uitkering niet van belang wie schuldig is aan het ontstaan van een ongeval.

Beveiligingseisen voor voertuigen

Voor de verzekering van voertuigen hanteren wij eisen waaraan de beveiliging van deze voertuigen moet voldoen.

Deze eisen zijn afhankelijk van een aantal factoren zoals ouderdom van het voertuig, waarde van het voertuig en/of het woon- c.q. stallingsadres zich in één van de “grote steden-gebieden” bevindt.

Tegenwoordig worden de volgende omschrijvingen gebruikt:

  • Startonderbeker (voorheen klasse 1)
  • Alarmsysteem (voorheen klasse 2)
  • Alarm met hellingshoekdetectie (voorheen klasse 3)

Daarnaast kan er ook een voertuigvolgsysteem worden geëist. Dit kan een systeem zijn welke in combinatie met het aanwezige alarm is gekoppeld of een op zichzelf staand systeem zoals bijvoorbeeld het systeem van Lojack.

Stallingsclausule

Het toepassen van deze clausule is afhankelijk van de waarde van het verzekerde voertuig en de woonplaats. Voor grote steden geldt vaak een verplichting tot stalling mede afhankelijk van de verzekerde waarde van het voertuig.

Het gaat dan om stalling bij het woonadres welke op de polis wordt omschreven. De stalling dient afsluitbaar te zijn. Sporen van braak aan stalling is dan ook noodzakelijk wanneer de auto is gestolen. Mocht u echter niet thuis zijn maar op vakantie of uit eten en de auto staat elders buiten geparkeerd dan is er natuurlijk volledige dekking.

Het gaat namelijk alleen om de stalling wanneer u thuis bent.

Stallingsclausule
Het motorrijtuig dient, tussen 20.00 uur en 08.00 uur van de daarop volgende dag, in een deugdelijk afgesloten ruimte gestald te worden.

Diefstal- en inbraakschaden worden slechts vergoed na aantoonbare braak aan de eerder genoemde afgesloten ruimte.

Indien niet aan voorgaande eis tot stalling is voldaan maar er wel sporen van braakschade aan de toegangspoort / omheining zijn waarbij er een directe relatie kan worden gelegd met de diefstal en/of inbraakschade van het motorrijtuig, dan is eerder genoemde uitsluiting, niet van toepassing. Dit geldt overigens ook indien na een woninginbraak, met geconstateerde braakschade, sleutels zijn ontvreemd.

Voor de duidelijkheid geldt deze verplichting uitsluitend op het adres waar het motorrijtuig normaliter wordt gestald. In geval van schade zal dit door verzekerde aannemelijk gemaakt dienen te worden.